Elk woord in SpeakPad heeft één plek, en daar blijft het. Je kind leert waar een woord staat en pakt het al snel zonder te zoeken, zoals jij thuis het lichtknopje vindt zonder te kijken.
Het groeit zonder te verschuiven
Je hoeft niet met een vol bord te beginnen. Kies een woordenschatfase en SpeakPad verbergt de woorden die je kind nog niet nodig heeft. Daar blijven lege plekken. Zet de fase hoger en de lege plekken vullen zich. Verder verschuift er niets.
In SpeakPad Basis bevatten de drie fases:
- Eerste woorden: zo'n 125 woorden en zinnetjes
- Groeien: zo'n 750
- Alles: zo'n 2500
Schoolwoorden en Sociaal voor tieners groeien op dezelfde manier.
Woorden van dezelfde soort staan bij elkaar
Het beginbord groepeert woorden per soort, en elke soort heeft een eigen kleur. Woorden als 'ik' en 'jij' staan op de bovenste rij, met de doe-woorden op de rij eronder. De mappen onderaan leiden naar al het andere.
Op het beginbord staan de woorden die jonge kinderen het meest gebruiken, op basis van gepubliceerd onderzoek. Standaard blijven de bovenste drie rijen ook bovenaan elk ander bord staan, zodat woorden als 'wil', 'nog' en 'stop' altijd één tik verwijderd zijn. In mappen komen de meest gebruikte woorden eerst.
Een andere set betekent niet opnieuw beginnen
SpeakPad Basis, Schoolwoorden en Sociaal voor tieners houden de kernwoorden op dezelfde plek, dus je kind kan naar een andere set zonder het bord opnieuw te leren. Schoolwoorden en Sociaal voor tieners wisselen één map op het eerste scherm: de eerste opent In de klas, met woorden voor lessen en de schooldag, de tweede opent Mijn leven. Grote knoppen is de uitzondering. Die set heeft minder en grotere knoppen, voor kinderen die een vol bord nog niet goed kunnen zien of bereiken, dus de woorden staan daar op andere plekken.
Het onderzoek erachter
In één onderzoek vonden jonge kinderen plaatjes bij de vijfde sessie sneller als de plaatjes op dezelfde plek bleven dan als ze elke sessie verschoven (Thistle en collega's, 2018). In een ander onderzoek zetten jonge kinderen sneller woorden achter elkaar als de plaatjes per soort woord gegroepeerd waren (Thistle en Wilkinson, 2017). Beide onderzoeken waren met kinderen zonder beperking, dus ze wijzen een richting aan maar zijn geen bewijs voor elk kind. Een overzicht van onderzoek naar OC-borden suggereert ook dat een kind kan beginnen met een indeling met lege plekken, die worden gevuld zodra het die indeling goed kent (Light en collega's, 2019).
Klaar om te beginnen?
De gids voor de eerste week neemt je mee van het instellen tot de eerste zin van je kind.
Je eerste week met SpeakPadBronnen
- Thistle, J. J., Holmes, S. A., Horn, M. M., & Reum, A. M. (2018). Consistent symbol location affects motor learning in preschoolers without disabilities: implications for designing augmentative and alternative communication displays. American Journal of Speech-Language Pathology, 27(3), 1010-1017.
- Thistle, J. J., & Wilkinson, K. M. (2017). Effects of background color and symbol arrangement cues on construction of multi-symbol messages by young children without disabilities: implications for aided AAC design. Augmentative and Alternative Communication, 33(3), 160-169.
- Light, J., Wilkinson, K. M., Thiessen, A., Beukelman, D. R., & Fager, S. K. (2019). Designing effective AAC displays for individuals with developmental or acquired disabilities: state of the science and future research directions. Augmentative and Alternative Communication, 35(1), 42-55.
- Banajee, M., Dicarlo, C., & Buras Stricklin, S. (2003). Core vocabulary determination for toddlers. Augmentative and Alternative Communication, 19(2), 67-73.
- Beukelman, D. R., Jones, R. S., & Rowan, M. (1989). Frequency of word usage by nondisabled peers in integrated preschool classrooms. Augmentative and Alternative Communication, 5(4), 243-248.